100 j lerarenopleiding

Start
Omhoog

 

Meer dan 100 jaar lerarenopleiding in Turnhout (Deel 1)

Historische inleiding

Tussen 1904en 1911 opteert Sma (Soeur Marie) Josepha (Henriëtte Haeck 1883-1961) voor het Nederlands als instructietaal in de secundaire afdeling van de school van het Heilig Graf, te beginnen met de voorbereidende jaren. Waarschijnlijk is de bedoeling van deze voorbereidende jaren om leerlingen uit de randgemeenten op het niveau te brengen van het lager onderwijs in Turnhout, zodat ze daar zonder problemen kunnen starten in het secundair onderwijs. In het schooljaar 1910-1911 is de vervlaamsing voltooid en in 1911 begint de school met een regentenopleiding. Zo worden leerkrachten gevormd om in het Nederlands les te geven in de secundaire afdelingen van de eigen school. De opleiding duurt twee jaar en omvat enkel theoretische vakken. In 1913, het eerste alumni-jaar,studeren drie leerlingen af, later loopt dit op tot twintig elk jaar. Een belangrijke troef van het Heilig Graf in Turnhout is dat ook externen worden toegelaten. De Nederlandstalige normaalscholen van Herentals en Lier zijn weliswaar ouder maar hebben enkel internen en Vorselaar laat alleen ingetreden zusters toe. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt in Turnhout ook een Nederlandstalige lagere normaalschool opgericht, die in 1919 een erkenning krijgt van de overheid.

De middelbare normaalschool van het Heilig Graf

Josée Aerts, Dora De Bruyn, Odette Sels, Marleen Baten, Maria en Andrea Mennens, Erika Wouters met medewerking van de redactie

In de inleiding bleek al dat het Heilig Graf in Turnhout start met een Nederlandstalige middelbare en daarna pas met een lagere normaalschool. Daarom volgt eerst het interview met zeven afgestudeerde regentessen en komen in volgende artikels pas de onderwijzeressen aan bod. De schrijvers van dit artikel zijn nu tachtigers en zeventigers. Daardoor overspant de tekst een periode van minstens 10 jaar, waarin leerkrachten soms een andere opdracht kregen of les gaven in andere afdelingen van de school.

Verschillende richtingen

De opleiding middelbare normaalschool bestaat tot in de 21ste eeuw uit twee jaar volgend op zes leerjaren middelbaar onderwijs. Sommige meisjes, zoals Odette en Josée, die eerst al vier jaar de lagere normaalschool voor onderwijzeres met succes hebben gevolgd doen er natuurlijk zeven jaar over. Zij krijgen vrijstelling van een aantal lesuren pedagogie en methodiek en hebbende vrijdagvoormiddag vrij om eventueel als vrije leerling een extra taal te leren. De samenstelling van de vakken in verschillende richtingen van het regentaat veranderen meermaals in de loop van de periode die wordt behandeld. In de jaren zestig worden de richtingen decoratief en coupe toegevoegd.

Stijlvol en chic

Heel belangrijk voor aspirant leerkrachten ! Vrouwelijke stijlvorming, houding en beweging is een tijdlang een van de vakken uit de basisvorming in het regentaat. Een aantal voorschriften begeleiden de leerlingen bij het verkennen van het pad naar een stijlvol imago. Zo is een bezoek aan café De Beiaard op de Grote Markt volgens de directrice Sma Bernarda niet aangewezen voor meisjes van het Heilig Graf. Als ze dan toch iets willen degusteren beveelt ze Het Wafelhuis in de Patersstraat aan. Dat de leerlingen op café gaan om te kunnen roken, weet de directrice natuurlijk niet. Bij een studiereis naar Parijs is een grijs tailleurke verplicht. Datzelfde tailleurke is eveneens, volgens Sma Bernarda, de aangewezen outfit, met hoed en handschoenen nog wel, bij het solliciteren. Tegen al te vrijpostige vrijers, die niets vermoedend de school binnenkomen om hun meisje af te halen, treedt Sma Bernard kordaat op. Ze zet ze buiten en pakt nadien hun lief aan om te vermijden dat ze, deze in haar ogen, onvergeeflijke misdaad nog een keer begaan.

Aanvankelijk dragen de meisjes in de middelbare normaalschool in de jaren vijftig geen uniform. Tijdens het lesgeven zijn doorzichtige kousen met jarretelles - panty’s bestaan  niet - verplicht. Vanaf de jaren zestig wordt een uniform ingevoerd : een grijze plooirok met gifgroene twinset. Op het bloesje hoort een schildje met het symbool van de school : het dubbele kruis van Jeruzalem met een palmtakje. Onder het bloesje wordt een devantke, een kraagje met kort borst- en rugstukje gedragen. Trendy meisjes gaan na schooltijd soms iets drinken en doen dan het kraagje, dat een te preutse uitstraling geeft, uit. Ook het schildje wordt als een te schools accent, verwijderd. Dit is echter streng verboden en regelmatig wordt gecontroleerd of het schildje wel stevig vastgenaaid is en niet enkel opgespeld. Opspelden is nochtans gemakkelijker omdat bij het wassen het schildje, vervaardigd uit rode vilt, helemaal verpieterd raakt en telkens moet vervangen worden.
Voor de examenlessen wordt het uniform verwisseld voor het reeds genoemde grijs tailleurke, model naar keuze.
Wanneer Marleen Baten in 1966 aan de opleiding begint is de school, gelukkig maar, voor de twinset van het gifgroen afgestapt. Zij dragen nu een grijze rok en een twinset, bestaande uit een lichtgrijs truitje en een donkergrijze cardigan. Tijdens de eindexamens mogen ze kiezen tussen een blauw of een grijs mantelpak.

Leerkrachten

Veel van de leerkrachten zijn geestelijken in het klooster van het Heilig Graf in Turnhout. Van sommigen van deze geestelijken is de echte naam nog te achterhalen via het geheugen van de oud-leerlingen of via hun handtekening op diploma’s. Deze nonnen hebben allemaal een naam die begon met Soeur Marie, door iedereen afgekort als Sma, gevolgd door hun kloosternaam. Vanaf de jaren zestig proberen de zusters de school een modernere uitstraling te geven door mannelijke licentiaten, meestal uit het toenmalige rijksonderwijs, aan te trekken.  Veel oud-leerlingen vertellen hoe die meestal wereldvreemde zusters gecharmeerd zijn van deze mannelijke collega’s. Zo vertelt een blozende zuster telkens opnieuw aan de leerlingen hoe een mannelijke collega haar hand heeft genomen om haar tijdens een uitstap met haar lange rokken over een gracht te helpen en een andere meldt dat ze koortsig aanloopt als een man haar aanraakt. De leerlingen moeten er om lachen, maar een keer vergaat het lachen hen toch. Een van de zuster vraagt aan een leerling of haar vader, zoals al een paar keer was gebeurd, opnieuw als vakexpert naar de school kan komen. De leerling is echter niet van de braafsten en wil haar vader er kost wat kost weghouden. In paniek antwoordt ze: ‘Zuster, ik denk dat jij verliefd bent op onze pa.’ Het resultaat is verschrikkelijk: de zuster begint te wenen en alle  leerlingen zijn er daardoor van overtuigd dat het waar is. Dat de zusters ook maar mensen zijn blijkt eveneens uit het feit dat twee zusters die in de jaren zestig willen uittreden dit uitstellen tot na het einde van het schooljaar. Zo voorkomen ze dat de leerlingen eindexamen moeten afleggen bij andere voor hen onbekende leerkrachten.
Naast de geestelijke zijn er ook ongetrouwde vrouwelijke leerkrachten. Enkele van hen hebben een kamer in het schoolgebouw en later in het Sint Rochushuis, rechts op het Patersplein. Op het einde van de jaren vijftig wordt er op dit herenhuis een verdieping bijgebouwd om de internen van het regentaat in een eigen kamertje onder te brengen. De kamers van het gelijkvloers en de eerste verdieping worden van dan af leslokalen.

Opvallend is dat het in de verhalen van de oud-leerlingen vooral over hun leerkrachten gaat en dan meestal dezelfden. Daarom nemen we deze dan ook uitgebreid onder de loep.

Leerkrachten algemene vakken

Godsdienst, psychologie, pedagogie en logica zijn verplichte vakken in alle richtingen in het regentaat. Sma Bernarda (Jeanne Vandeputte), de latere directrice van de middelbare normaalschool, geeft deze vakken. Als Franssprekende is ze daarnaast ook docente Frans. Helaas kan deze zuster niet echt boeiend lesgeven, wat problemen geeft voor deze hoofdvakken. Na haar bevordering wordt godsdienst overgenomen door geestelijken, die tegelijkertijd ook rector zijn van de Heilig Grafpriorij.  In de jaren waarover de regentessen vertellen zijn dat de rectoren Constant Otten en Luk Van Herck. De leerlingen vinden Luc Van Herck nog katholieker dan de paus en de meer kritische onder hen zet hij soms aan de deur wegens ‘ketterse ideeën uit de grootstad’. Noch zijn inhouden noch zijn lesgeverstijl kunnen de meisjes boeien. Enkel Maria Mennens herinnert zich hem als een moderne lesgever, van wie ze zelfs gelijk kreeg toen ze poneerde dat kinderen krijgen niet het eerste doel van het huwelijk was.
Pedagogie wordt door mijnheer Schrijvers overgenomen van de nieuw benoemde directrice. Hij heeft weliswaar al een pedagogisch diploma maar doctoreert en heeft daarnaast ook een gezin. De meisjes vragen zich af: ‘Hoe combineer je dat?’
Voor geschiedenis van de pedagogie is Herman Willems een tijd de docent, evenals John Vandenhout, die ook lesgever psychologie is. Over mijnheer Vandenhout volgen meer details in de artikels over de lagere normaalschool.

Nederlands is eveneens voor iedereen een te volgen vak, gegeven door Sma Cleophas. Zij is een ongelooflijke leerkracht en de leerlingen vinden dat haar gezicht past bij de middeleeuwse literatuurgeschiedenis. Later treedt ze uit en brengt voor een Turnhouts koppel een door hen geadopteerd jongetje mee uit de Filippijnen. Zij wordt opgevolgd door mijnheer De Jong en Jan Persyn, een zoon van de schrijver Jules Persyn. Jan Persyn is een jonge man die ook les geeft in de Cadettenschool in Lier en waarschijnlijk daardoor heel streng en punctueel is: taken die niet tijdig worden afgegeven worden niet meer aangenomen, en dat zijn de leerlingen niet gewend bij de nonnen!

Bert Van Eekert doceert dictie. Voor sommigen is hij een fenomeen, voor anderen helaas een nachtmerrie. Zijn lessen bestaan uit voordrachten geven of gedichten en delen uit toneelstukken, zoals Lucifer van Joost Van den Vondel, voordragen van op de scène in de feestzaal. Voor meisjes met een zwakke stem die dan ook nog eens vlug vuurrood worden is dit niet echt hun cup of tea.

Lea Daan, oorspronkelijk een ballerina en daarna een bekende lesgeefster in het Ballet van Vlaanderen geeft gedurende korte (voor een aantal leerlingen veel te korte) tijd les over de reeds genoemde vrouwelijke stijlvorming, houding en beweging.

De overige leerkrachten komen in het volgende ledenblad aan bod.

Bibliografie

HORSTEN (D.), Switjes echo, april, 2017.

HERESWITA (Z.M.), Heilig Grafpriorij te Turnhout (1662-1962), Antwerpen, 1962.

333 jaar Heilig Graf Turnhout. 1662/1995, Turnhout, 1995.

Met dank aan Peter Coupé voor zijn hulp bij het uitklaren van enkele onduidelijkheden in verband met de normaalschoolopleiding.

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 20/03/2019