Joosen-Luyckx

Start
Omhoog

 

Vier generaties Joosen-Luyckx

Een verhaal van deversificatie

Flor Joosen met medewerking van de redactie

Een molenaar maalt…

Jan Joosen, overgrootvader van Flor, werkte in het laatste kwart van de 19de eeuw bij de brouwerij Keersmaekers in Oud-Turnhout. Het was zijn taak om gemalen graan op te halen in de Oranjemolen, nu gelegen aan het Boomgaardplein in Turnhout. De molenaar was een ongehuwde Nederlander uit Schijndel. Hij kwam uit een gezin van zeventien kinderen en een van zijn jongere zusjes, Christina Nefkens, deed zijn huishouding. Jan en Christina zagen elkaar dus dikwijls en werden een paar. Zij vestigden zich in Oud-Turnhout, in een nog bestaande stenen molen achter het latere danscafé De Zweep. In de familie van Christina waren al molenaars sinds de middeleeuwen. Jan maalde de plaatselijke granen: gerst, rogge en haver. Van deze granen werd het bruine brood voor menselijke consumptie gebakken, maar ze dienden ook als voeder voor de dieren. 

Mengvoederbedrijf

Een van de kinderen, Florent, grootvader van Flor, zette het molenbedrijf van zijn ouders verder. In 1919 trouwde hij op 45-jarige leeftijd met de 38-jarige Constance Luyckx, ook een molenaarsdochter, uit Millegem, een gehucht bij Mol. De windmolen van Jef Luyckx, vader van Constance, staat trouwens al sinds vele jaren in het Openluchtmuseum van Bokrijk. Het bedrijf heette vanaf dan Joosen-Luyckx. Met de windmolen maalde Flor, net als zijn vader, graan voor menselijke en dierlijke consumptie. Hij was echter een ondernemer die niet op een paard wedde en investeerde in een stoommachine. Hiermee dreef hij zijn molen aan wanneer windkracht niet volstond en gebruikte deze krachtbron ook in de door hem uitgebate olieslagerij en zagerij. Het vervoer van de geproduceerde waren, graan, olie en planken nam hij eveneens voor zijn rekening.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam er een kentering in de voedselvoorziening. De levensstandaard steeg en meer en meer mensen begonnen wit brood te eten. Dit betekende import van tarwe in de Kempen en het ontstaan van bloemmolens, die enkel graan maalden  voor menselijke consumptie. De plaatselijke granen waren nu enkel nog bestemd om dieren te voederen. In de sector kwam er een verschil tussen bloemmolens (food voor mensen) en mengvoederbedrijven (feed voor dieren). Florent koos voor mengvoeders.

Begin jaren dertig breidde het bedrijf uit en werden de eerste gebouwen opgericht aan de Oude Kaai. Florent begreep het belang van de scheepvaart o.a. voor de aanvoer van de tarwe en van meststoffen en kalk om de arme Kempische grond te verrijken. 
In 1940 werd de bedrijfsleider echter op 63-jarige leeftijd in Oud-Turnhout neergeschoten. Hij was een van de gijzelaars die de Duitsers op 14 mei 1940 executeerden uit wraak voor de tegenstand die ze meenden te ondervinden. Op het marktplein van Oud-Turnhout staat zijn naam bij op een herdenkingsmonument voor deze slachtoffers.

Bloemmolen

Zijn echtgenote Constance hield samen met haar enige 18-jarige zoon Louis, de vader van Flor, het bedrijf aan de Oude Kaai en de stoommolen in Oud-Turnhout draaiende. Dit was niet gemakkelijk want bij gebrek aan kolen was hout de enige energiebron. In 1941 verhuisden moeder en zoon naar een woning aan de Oude Kaai bij de fabriek. Op het einde van de oorlog in 1944 liep voor Louis daar een confrontatie met een Duitse SS-officier bijna catastrofaal af. Het gebied aan het kanaal, waar de fabriek en het woonhuis stonden was sperrgebiet. Niemand mocht er komen van de  terugtrekkende Duitsers, die trouwens een deel van de fabriek van Joosen hadden opgeblazen. Louis hield echter een hond op zijn fabrieksterrein en toen hij die eten kwam geven werd hij door de SS-er met de dood bedreigd. Met de Wehrmachtmilitairen aan het kanaal had hij echter, noodgedwongen,  een relatie opgebouwd. Hij gaf hen koffie en graan, zodat ze zijn huis niet zouden in brand steken. Het waren deze militairen die, uit dankbaarheid, zijn verdediging opnamen en konden verhinderen dat de executie door de SS-er werd uitgevoerd.

In 1946 stierf Constance. Louis herbouwde de gedeeltelijk vernielde mengvoederfabriek. Het laag stenen gebouw bestaat nog altijd. In 1949 plande hij de bouw van een bloemmolen, die gerealiseerd werd in wit beton en rode baksteen. Onder toezicht van Jan Van Laer was het gebouw klaar in 1952 en leverde bloem (food) aan de Kempische bakkerijen. Louis was nu net als zijn grootvader opnieuw actief in de twee onderdelen van de graansector.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Europeanen veel honger geleden. Een van de doelen van het Marshallplan (financiële steun van de Verenigde Staten voor de wederopbouw van Europa) was dan ook de Europese bevolking voeden met hoogwaardig maar goedkoop voedsel. Door wetenschappelijk onderzoek ontwikkelden de Amerikanen een technische knowhow om het kweken van kippen, varkens en runderen te optimaliseren. Door uitgekiende kweekprogramma’s ontstonden hybride rassen op maat van de mens: vlees- en legkippen, vlees- en melkkoeien, varkens van ongeveer hetzelfde gewicht die karkassen van een standaardgewicht opleverden. Dit had uiteraard grote invloed in de veevoedersector en eind jaren vijftig moderniseerde Louis zijn mengvoederbedrijf. Hij richtte ook een kuikenbroeierij op met uit de VS geïmporteerde leg- en vleesrassen. De eerste kuikens werden levend met het vliegtuig overgebracht en in Turnhout als foktoom (uitgezochte groep kippen om goede nakomelingen te leveren) gebruikt. Om de kuikens te huisvesten richtte hij een nieuw gebouw van vijf verdiepingen op aan de Dahliastraat.

Groei door diversificatie

In 1974 kwam Flor, zoon van Louis en de huidige manager, in het bedrijf. Hij kon goed samenwerken met zijn vader (overleden in 1997) en daardoor ook veel van hem leren, vooral het openstaan voor vernieuwingen, het herkennen van openingen in de markt en het belang van diversificatie (spreiding van de investeringen over verschillende sectoren). In de jaren tachtig waren in de sector van de mengvoeders de concurrenten alsmaar groter geworden, waardoor het nemen van enorme financiële risico’s noodzakelijk was. Flor begreep hoe gevaarlijk het was om enkel actief te blijven in de graansector, waar verzadiging zich meer en meer deed voelen. Het broodverbruik daalde immers voortdurend en er sloten steeds meer bakkerijen in de Kempen en het hele land. Hij ontwikkelde daarom rond 1985 een eigen visie: groei door diversificatie.

Kweek van pluimvee

Flor startte midden jaren tachtig een samenwerking met een klein pluimveeslachthuis in Aalst, gespecialiseerd in de kweek en het op de markt brengen van kwaliteitskippen.
In 1992 nam hij dit slachthuis over en in 1995 bouwde hij er een nieuw in het Wijngaardveld in Aalst. Dit nieuwe gebouw kwam er als gevolg van de verstrenging van de wet op de voedselveiligheid en van de Europese normen. Deze investering vereiste wel een stijging van de productie om het bedrijf rendabel te houden. Die nam toe van 40 000 à 50 000 kippen per week bij de overname, naar 80 000 en 250 000 tot 450 000 kuikens per week nu. Het slachthuis nam in België een speciale positie in omdat er onder begeleiding van specialisten verschillende soorten kippen werden gekweekt: biologische kippen, Mechelse koekoek, maïs- en graankippen. Er was ook, heel belangrijk, aandacht voor dierenwelzijn. Een groot deel van de kweek was bestemd voor grootwarenhuizen. De slachterij telt momenteel ongeveer 250 werknemers.

Productie van visvoer

Eveneens midden jaren tachtig zocht Flor contact met Vlaamse viskwekers. Zij kochten hun voer in Frankrijk en Duitsland bij gebrek aan visvoerproducenten in België. Flor startte de productie op in Turnhout en leverde aanvankelijk in Vlaanderen en na twee jaar ook in Wallonië en Noord-Frankrijk. Op basis van wetenschappelijk onderzoek werd gestreefd naar steeds betere producten. Het team werd versterkt met wetenschappers van de Leuvense universiteit, o.a. Willy Verdonck, doctor in de wetenschappen, biologie en aquacultuur. Hij werkt nog steeds in het team en doet alle wetenschappelijk werk. In 1989 werd een kleine viskwekerij opgericht om de ontwikkelde voeders uit te testen. In die periode kreeg de aquacultuur wereldwijd sterke impulsen, met een groei van de afzet van visvoeder tot gevolg. Visvoeders werden vanaf dan ook in andere West-Europese landen geleverd en vanaf 1990 na de val van het IJzeren Gordijn ook in de rest van het continent. Momenteel is 70% van de productie bestemd voor Europa, 30% wordt wereldwijd verkocht.

De kweek van steur en kaviaar

Vanaf 1990 kreeg Flor belangstelling voor het kweken van steur. Hij bouwde een steurkwekerij in Turnhout en huurde grote vijvers o.a. op adellijke landgoederen voor extensieve viskweek d.w.z. dat het aantal dieren beperkt blijft in verhouding tot de grootte van de vijver. In 2009 kocht Flor het activa uit een failliete tilapiakwekerij in Moeskroen. Het bedrijf was failliet gegaan wegens te hoge productiekosten en kon niet blijven concurreren met de producenten van deze vis in de lage loonlanden. De viskwekerij werd omgebouwd voor de kweek van steur. Naast het kweken van steur kwam Joosen-Luyckx onder de naam Royal Belgian Kaviar in 2002 met kaviaar, de eitjes van de steur, op de markt. De verkoop van wilde kaviaar is wereldwijd verboden door een wet op bescherming van uitstervende diersoorten en enkel in aquacultuur gekweekte kaviaar is toegelaten. Van de 27 steursoorten worden er zes in Turnhout gekweekt voor hun verschillende soorten kaviaar. Het is een moeilijk procedé. Het eenvoudigst gaat dit bij de Siberische steur, maar ook bij deze vis duurt het 6 tot 7 jaar eer het vrouwtje eitjes produceert. Bij andere soorten duurt het nog langer, bij de Huso huso, een steur van 3,5 tot 4,5 m lang, zelfs 18 jaar. Als de steur geslachtsrijp is wordt de vis gedood om de eitjes (kaviaar) te ‘oogsten’. Het Turnhoutse bedrijf heeft nu distributeurs in Boston, Madrid, de Franse Côte d’Azur, Thailand, Japan, Denemarken, Noorwegen en Zweden, Canada wordt binnenkort klant en andere landen zullen volgen.  

Als gevolg van de dioxinecrisis in 1999 werd de Europese voedselwetgeving zo streng dat het bedrijf van Joosen-Luyckx er ook de negatieve gevolgen van ondervond. Flor reageerde opnieuw door het familiekapitaal te diversifiëren met een participatie in de metaalsector. Een tiental jaar later, toen de voedselmarkt opnieuw gestabiliseerd was, trok hij zich uit deze sector terug.

Een belangrijke realisatie van de laatste jaren is in het kader van de hygiëne het inzetten op stofbestrijding bij productie en verkoop van kippenvoer. Voor de bescherming van de werknemers in het bedrijf en de klanten in hun bedrijven produceert Joosen-Luyckx het voer in korrelvorm in plaats van als meel.

Het engagement van Flor en de NV Joosen-Luyckx

Flor’s activiteiten beperken zich niet tot het runnen van zijn bedrijf. Hij stelt zich ook ten dienste van jonge ondernemers en was gedurende 7 jaar nationaal voorzitter van UNIZO.

Sinds een jaar is Joosen-Luyckx Aqua Bio bezig met de actie ‘Het Zwarte Goud van Turnhout’. In het grootstedelijk gebied Turnhout verkopen zij kaviaar aan sterk gereduceerde prijzen aan alle restaurants die er om vragen. Wat betreft de verkoop van kaviaar aan particulieren hebben zij er twee verkooppunten: viswinkel de Wereldt in de Warandestraat in Turnhout en delicatessenzaak de Couverture in Oud-Turnhout.

Op 21 juni 2017 werd aan Flor Joosen het ereteken Commandeur in de Leopoldsorde verleend. Deze orde wordt toegekend aan Belgen met bijzondere verdiensten. Flor plaatste inderdaad samen met nog enkele andere prominente industriëlen uit Turnhout zijn stad op de wereldkaart. Hij kan daarom ook beschouwd worden als een informele ambassadeur van Turnhout!

Naast al die activiteiten leeft Flor in zijn privéleven als een echte herenboer op zijn boerderij tussen de schapen, de runderen en het pluimvee in alle soorten en maten.

De vijfde generatie

De diversificatie heeft het familiebedrijf groot en ingewikkeld gemaakt. Het bedrijf wordt nu geleid door Flor bijgestaan door een raad van bestuur. Zijn drie kinderen hebben een eigen carrière opgebouwd, maar zetelen nu al in deze raad van bestuur. Als Flor de fakkel doorgeeft zal dat aan een CEO zijn van buiten de familie. Via de raad van bestuur zullen zijn kinderen een inspirerende en raadgevende functie behouden. Zo zal er eigenlijk toch nog een vijfde generatie Joosen-Luyckx in Turnhout aantreden.

Bibliografie

https://www.joosen-luyckx.be/

https://toerismeturnhout.turnhout.be/hetzwartegoudvanturnhout

In ons ledenblad vindt u het artikel geïllustreerd met foto’s.

 

 

 

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 30/01/2019