Bruin Paters

Start
Omhoog

 

Minderbroeders in de Patersstraat

In Turnhout beter gekend als de ‘Bruin Paters’!

Erika Wouters en Gil Tack        

In ons vorige ledenblad verscheen een korte historiek van het klooster van de minderbroeders in de Patersstraat. Jef Adams, één van onze leden, herinnert zich nog veel over het leven in die Turnhoutse religieuze gemeenschap. Hij kwam er dikwijls als jongen omdat zijn vader Jan er vanaf 1955 tot in het begin van de jaren ’60 in de kleermakerij werkte. Jan was de enige leek in het klooster, want een koster was er niet. De kleermakerij bevond zich links van de kerk, vlakbij de plaats waar broeder portier zat en waar nu een fietsenstalling is. Jan naaide de pijen, maar het meeste tijd besteedde hij aan het verstellen ervan. Daarbij zat hij in kleermakerszit boven op de werktafel, zoals toen gebruikelijk was bij kleermakers. Het beheer van de wasserij, die in de buurt van de kleermakerij lag, behoorde ook tot zijn taak. De pijen werden daar gewassen in een grote wasmachine. In elke pij was de naam of het symbool van de eigenaar genaaid. Sommige pijen werden echter maar zelden gewassen, want niet elke pater of broeder was even netjes op zichzelf.

Nadat Jan ziek werd, nam zijn vrouw het verstelwerk over. De was werd dan door haar zoon Jan, onze bron, met de stootkar naar wasserij Sint-Bavo gebracht en terug opgehaald.

Onze leden Peter de Jong en Harry Baeken hoorden over de herinneringen van Jef Adams. Ze organiseerden een bijeenkomst met twee ‘vaste waarden’ uit de Patersstraat om nog meer te  vernemen. Spijtig genoeg zijn Jef Appels  (groot- en kleinhandel in fruit en groenten) en Jos Vaerten (juwelier en oudste mannelijke bewoner van de Patersstraat) geen lid van onze vereniging. Met hun geheugen zouden zij steunpilaren kunnen zijn voor Het Bezemklokje ! Het werd een boeiend en gezellig samenzijn met veel Patersstraat- en Bruine Patersnostalgie : eten en drinken dus voor Het Bezemklokje. 

Het minderbroederklooster in de Patersstraat telde in de jaren ’50 meer dan 50  mannen : 15 broeders voor de handenarbeid (ongeveer 20%), de overigen paters voor de geestelijke taken. Het verschil tussen een pater en een broeder was aan hun pij niet te zien. Die was ook winter en zomer dezelfde voor iedereen. Alle minderbroeders liepen ook altijd, net als de zusters clarissen, blootsvoets.

De paters moesten als gewijde geestelijken alle dagen de  mis opdragen. Hiervoor beschikten ze over zes altaren in de Paterskerk. Het gebeurde dan ook dikwijls dat de mis gelezen werd aan het hoofdaltaar en tegelijkertijd ook in de verschillende zijkapellen. Zeker op hoogdagen moesten de gelovigen op tijd komen, want anders was er geen plaats meer in de kerk.
Veel Turnhoutse jongeren herinneren zich de angstaanjagende preken van de paters Desiderius en Max. Dan zat iedereen te bibberen op zijn kerkstoel uit angst voor de hel. Jef en Jos herinneren zich dat een mannelijke gelovige, overmand door slaap tijdens de preek op dat vroege uur, opeens wakker schoot, uit gewoonte in zijn zak ging en een ‘Groene Michel’ opstak.
Ook in kleine parochies zonder pastoor, gingen de paters de mis doen. De verplaatsing gebeurde met de fiets, want een auto hadden ze niet.
Zij hoorden daar natuurlijk ook de biecht. Aan elke biechtstoel in minderbroederkerk was er trouwens een belletje om de paters te waarschuwen als er een biechteling in de kerk wachtte.

Iedereen die in het klooster binnen kwam, moest zich melden bij broeder portier. In de gang voorbij het portierskamertje begon immers het slot, dat enkel toegankelijk was voor mannen. Hier bevonden zich de cellen van de kloosterlingen. In deze cellen, die klein waren, stond een bed, een bidstoel, een tafeltje en een ‘pispot’. Geen kleerkast, want de weinige kledingstukken werden op kapstokken gehangen. Alle geestelijken bewaarden aan de muur van hun cel ook een zweep om zich te kastijden.
Broeder- portier beschikte over een lijst met de namen van de kloosterlingen en een bijhorende belcode. Met een bel en de juiste code waarschuwde hij hen als er bezoek was. Voor de vrouwen waren er in de gang voor het portierskamertje wachtkamers, waar zij op de kloosterlingen konden wachten.

Het klooster was zoveel mogelijk zelfbedruipend. Het beschikte over een grote tuin, waarin onder toezicht van broeder-hovenier groenten en fruit voor eigen gebruik werd. Tegen de gemeenschappelijke muur van de kloostertuin en de familie Appels stonden appelbomen. Broeder-hovenier spoot zo kwistig met insecticide dat ook in de kriekenbomen aan de andere kant in de tuin van de familie Appels geen enkele bladluis kon overleven. Broeder-hovenier is later wel ziek geworden door het inademen van het vergif.
Vlees leverden de varkens, kippen en konijnen, die tegelijk door hun verzetbare ren, het gras in de tuin kort hielden. Een Mariabeeld en andere heiligenbeelden waakten er over de voedselbronnen van de paters.
Wat er dan nog tekort was, werd al bedelend verkregen. Een bedelbroeder (met rood haar) bezocht daarvoor alle omringende gemeenten. Hij beschikte over een mand, waarin de mensen voedingsmiddelen zoals koffie en suiker konden deponeren en ook over een zak voor het geld.  De Minderbroeders leven, net als de zusters Clarissen op de Heizijde, volgens de leer van Franciscus en voeren daarom soberheid hoog in het vaandel.  Tijdens de vasten waren de maaltijden beperkt tot vis en een stuk brood. Buiten de vasten was Piedboeuf tafelbier een extraatje bij het eten. 
De bewoners van de Patersstraat zorgden goed voor hun paters. Er werden veel meer giften naar hen gebracht dan naar de zusters van het Heilig Graf, omdat iedereen wist dat de zusters rijk waren.

Jef herinnert zich dat zijn vader meer contact had met de broeders dan met de paters, die elitairder waren en veel minder buiten kwamen.  De broeders deden soms klussen voor het gezin Adams. Zo verving broeder Clemens uit Vlijtingen samen met enkele andere broeders een deel van hun riolering. In ruil kregen ze koeken en mochten hun vrouwelijke familieleden bij het gezin logeren als ze op bezoek waren in Turnhout. In het klooster waren vrouwen immers niet toegelaten.

Vader Jan vertelde thuis weinig over wat er in het klooster gebeurde. Zijn gezinsleden wisten wel dat de geestelijken soms ruzie maakten, maar ook veel lachten, voetbalden en krijgertje speelden. Van schandalen, waar momenteel veel over te doen is, hadden zij geen weet.

Een aantal paters en broeders heeft Jef ofwel goed gekend of er door zijn vader veel over horen vertellen.
Pater Norbertus was sinds 1931 magister van de patersstudenten. Pater Desiderius steunde vanaf 1935 de Sint-Maria-chiro voor de jongens. Hij was bemiddeld en bezat een gebouw in de Korte Begijnenstraat. Pater Elzeaard was proost bij de meisjeschiro. Pater Max was streng en principieel. Als hij in de tuin brevierde, hield hij de jongens van de familie Appels goed in ’t oog. Ze mochten enkel de appels plukken die aan hun kant van de scheidingsmuur met het klooster hingen. Ook voor het toekennen van biechtbriefjes was pater Max zeer streng. Jef Appels ondervond het voor zijn huwelijk. Hij moest twee maal te biechten.

De paters gingen natuurlijk ook mee met hun tijd. Pater Nataniël was de eerste dirigent van een gemengd koor met meisjes en jongens en volwassen mannen en vrouwen. Enkele leden van dit koor werden later lid van Het Bezemklokje (Peter de Jong) of gekende zangeressen (Margriet Hermans en Micha Mara). Later nam pater d’Haen de taak van dirigent over tot het koor op 6 april 1970 voor het laatst optrad tijdens een huwelijksmis in Zondereigen. Deze pater d’Haen verhuisde later naar Antwerpen, maar bleef toch Turnhout trouw : voor de inrichting van zijn onderkomen kocht hij een tafel en stoelen bij Keukendroom in de Patersstraat. Twee paters die terugkeerden uit Kongo richtten een soort buurthuis op in de vroegere brouwerij van het klooster, waar nu het magazijn van Van Mechelen is.
Broeder Augustinus, afgekort als Stien, beschikte over een eigen fototoestel en nam regelmatig foto’s, ook van de leden van de familie Adams. Helaas zag hij scheel zodat het resultaat niet altijd professioneel oogde. Hij ontwikkelde ook zelf, soms spijtig genoeg links-rechts verkeerd.
Pater Jan is de enige uit het klooster die nog leeft. Helaas is hij erg doof en daardoor niet te interviewen.
Een andere pater heette ook Jan. Tot voor enkele jaren woonde hij op de Heizijde en droeg voor de zuster Clarissen elke dag de mis op.

Elk jaar in juni werd in Turnhout de feestdag van de papierverwerkende nijverheid gevierd en was er klein kermis aan het Kasteel. In de parochie van Sint Pieter ging dan ter ere van Christus Koning de processie uit, ook door de Patersstraat. Alle scholen namen eraan deel en Jef Adams ging mee, gekleed als Bruin Paterke. Broeder Stien maakte natuurlijk een foto. Jef verzekerde ons echter stellig dat hij nooit een roeping had gekend !

Met heel veel dank aan Jef Adams, Jos Vaerten, Jef Appels, Peter de Jong, Leen Leestmans en Harry Baeken voor de interessante heemkundige pareltjes.

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 05/07/2019