Kasteelvrouw vertelt

Start
Omhoog

 

Uit ledenblad 18

Een kasteelvrouw vertelt ….

Jeugdherinneringen die ons een onbekende kijk geven op het leven in een kasteel.

Rita Dries met dank aan Patrick Lenaerts, Marie-Josée Wouters en Herman Dockx.

Lang, maar nog niet zo heel lang geleden, leefden er in de Lindekens in Turnhout een man, een vrouw en vier kinderen waarvan het jongste zo klein was bij de geboorte dat men er nu nog over zegt dat ze in een sigarenkistje paste.

De man heette Eduard Wouters (°18/11/1906 +21/06/1983) maar werd door iedereen Ward genoemd. Hij was een bekwaam schrijnwerker en werkte op het kasteel als duivel doet al: hij loste er alle klusjes op, was bode en conciërge tegelijkertijd en renoveerde tijdens het weekend antieke meubelen. Ward was getrouwd met Madeleine Dierkx (° 20/02/1909 + 31/10/1998) die op het kasteel de burelen poetste. Halverwege de jaren 50 ging het ganse gezin op het kasteel wonen want als conciërge kreeg Ward er gratis woonst. Dankzij Patrick Lenaerts, één van onze leden, werd het Bezemklokje uitgenodigd bij de jongste dochter (Marie-Josée, ook wel tante Tee genoemd °1946) en de kleinzoon (Herman Dockx °1957) van Ward en Madeleine. Beiden hebben een gamma vooral leuke herinneringen aan de periode dat zij op het kasteel verbleven en daar mogen wij allen mee van genieten …

Met veel plezier denken zij terug aan de grote kelderkeuken (vooraan rechts naast de inkom) waar het altijd lekker warm was omdat er een grote ‘stoof’ stond en omdat tegen het plafond grote, dikke buizen bevestigd waren die voor de verwarming van de rest van het kasteel zorgden. Naast de keuken bevond zich het werkhuis van vader Ward, een grote ruimte met tongewelf waarin een werkbank stond met heel veel materiaal op zoals sergeanten, schroevendraaiers, beitels en nog veel meer … En achteraan, aan de overzijde van de binnenkoer was er ook nog een grote kelder waar alle gestolen en aangeslagen goederen opgeslagen werden zoals opgedreven brommers, wapens, kraaienpoten en andere verboden dingen. Geen wonder dat dit een gegeerd speeldomein was voor Herman en zijn broer Walter. Onnoemelijk veel fantasieën werden hier werkelijkheid tot op de dag dat Walter, die toen 10 jaar was, een geweer schouderde en er heel parmantig mee over de kasteelbrug marcheerde … de substituut van dienst die het wapenfeit opmerkte was zo boos dat Bompa Ward de kelder voor goed op slot deed … gedaan met soldaatje spelen! Geen nood want terwijl Bomma Madeleine een of andere kasteelkamer poetste ging Marie-Josée op ontdekkingstocht in de andere kasteelvertrekken waar telkens weer andere schatten voor het grijpen lagen. Voor haar kende het kasteel geen geheimen: achter elke deur, in elk hoekje ja zelfs in de meest verborgen spleetjes heeft zij gekeken … en soms ook in de boeken en de dossiers van de advocaten! Vol afschuw herinnert zij zich de gruwelijke foto’s van verbrande mensen en van verminkte lijken en toch wist ze dit geheim te houden voor haar ouders! Dat ze in ’t genipt op de typemachines van de griffiers tokkelde doet haar nu nog glimlachen. Heel het kasteel was voor haar een onuitputtelijk speelterrein met honderden trappen en een geheimzinnige zolder hoog boven in de toren waar tijdens de oorlog politieke gevangenen opgesloten werden en waar zij dode duiven en kadavers van andere niet te herkennen beesten zag liggen. Natuurlijk zorgde dit voor straffe verhalen waarmee je op de speelplaats kon scoren! Welk kind droomt niet van een leven vol avontuur in een oud kasteel?

’s Winters, als er sneeuw en ijs lag en de kasteelvijver dichtgevroren was, werden de schaatsen aangebonden en vormden alle schaatsers samen een lange ketting die in snelvaart over de vijver zwierde … wat ging die laatste een vaart!  Wie honger had klopte op het kelderraam, net boven de waterscheidingslijn naast de brug, waarachter bomma klaarstond met grote boterhammen, rijkelijk belegd met spekvet en bruine suiker. Om 10 uur ’s avonds moest iedereen binnen en naar bed, uit met de pret! Wintertijd was de plezantste tijd en Marie-Josée stelt voor om met Het Bezemklokje ooit een winteractiviteit rond het kasteel te organiseren waarbij er naar hartenlust kan geschaatst worden op de kasteelvijver en waarbij er kraampjes met verse soep en warme wijn aan de kant staan – zo graag zou ze alle leden hiervan willen laten genieten!

Ook aan Herman en zijn 2 broers gaf het kasteel zijn geheimen prijs. Vooral de kelder fascineerde hen en zo gebeurde het dat ze na veel proberen eindelijk een ‘gestolen’ brommer startten en nadien niet meer stil kregen … dus moest die blijven draaien tot de ‘naft’ op was! Meerdere van die fratsen moesten geheim blijven tot op een zeker dag Herman, in de werkplaats van Bompa een echte kogel vond, hem op de werkbank schroefde en met de hamer bewerkte tot hij stuk ging! Het spreekt voor zich dat Bompa toen ook de werkplaats voorgoed op slot deed en daar kan Herman nu wel begrip voor opbrengen.

 ’s Vrijdags moest de grote inrijpoort gepoetst worden, dan was het alle hens aan dek … moeder en kinderen werden onder het waakzaam oog van Bompa Ward ingeschakeld om de kasseien oprit en binnenkoer te schrobben met javel en om de grote, houten poorten af te wassen met sop en helder water. Een hele karwei die ruim een halve dag in beslag nam.

Natuurlijk zijn er ook de herinneringen aan ‘serieuze’ zaken zoals het proces tegen de moordenaar Peerke Verhaert, ergens diep in de jaren 60. Peerke zat opgesloten in de gevangenis in de Wezenstraat, maar ontsnapte langs de hoge stenen muur met glasscherven in de Warandestraat. Nog heel lang kon men het bloedspoor aan de straatkant van de muur zien – tot afschuw van de schoolkinderen die daar dagelijks passeerden.

Kinderen worden groot, zo ook Marie-Josée en Herman, en dat heeft zo zijn gevolgen … Natuurlijk wilden zij, zoals alle adolescenten graag uitgaan en plezier maken maar dat betekende dat, als Bomma en Bompa niet thuis waren, Marie-Josée de grote ijzeren sleutel van de inkompoort van het kasteel moest binnenbrengen en nadien terug ophalen in het politiebureel op de Grote Markt. Later thuiskomen dan afgesproken was er dus niet bij!  In 1969 is Marie-Josée getrouwd, als een echte prinses wandelde zij aan de arm van haar ridder het kasteel uit en op de receptie in de feestzaal van ’t Steentje wensten de notabelen, de advocaten en de substituten haar een lang en gelukkig leven … al kwam er toen vlug een einde aan het kasteelsprookje want Marie-Josée verhuisde met haar kersverse echtgenoot naar een piepklein appartementje aan de Merodelei en toen enkele jaren later Bomma en Bompa met pensioen gingen verlieten ook zij het kasteel … terug naar hun vertrouwde stek in de Lindekens! Of … hoe aan mooie sprookjes ook een einde komt al kan Marie-Josée nu nog altijd vertellen dat haar slaapkamer zich bevond boven de inkom van ’t kasteel, naast het wapenschild van Maria Van Zimmeren.

Op 17 februari kreeg dit sprookje een onverwacht vervolg. Het bestuur van Het Bezemklokje nodigde Marie-Josée, Herman en hun familie uit voor een rondleiding in het Kasteel. Carlo Crockaert was onze gids. Het werd een verrassend herbeleven van vroegere herinneringen in een totaal vernieuwd en onbekend kader. Zelfs de warme gezellige keuken van toen herkende Marie-Josée amper terug, en terwijl Herman op zoek ging naar het ‘atelier van Bompa’  genoten wij van hun verhalen. Na ruim anderhalf uur verlieten we het kasteel en Marie-Josée verzekerde ons : “’t was toen toch een schone tijd ”.

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 05/07/2019