Heren van Turnhout

Start
Omhoog

 

Uit ledenblad 17

De Heren van Turnhout

Wie zijn zij?

Van waar komen ze?

Wat doen zij?

De Heren van Turnhout is een ‘geboren en getogen’ Turnhoutse vriendenvereniging die zich tot doel stelt door hun aanwezigheid belangrijke manifestaties voor het volk kleur te geven. Een tweede doelstelling, zelf veel plezier maken, is nooit ver weg. Volgens de Heren zelf moet men het allemaal niet zo ver zoeken … Turnhout is de stad van de kaarten en in een kaartspel zitten boeren, dames, heren en azen. Bij de oprichting van hun vereniging bestonden de boeren van Turnhout al, dames zijn ze niet en ook zeker niet zo zot als een aas! Dus bleef er voor hen alleen de Heer over.

Iedereen kan lid worden, men moet zelfs niet van Turnhout zijn! Een kandidaat Heer moet een verzoekschrift indienen en door 2 peters (andere Heren) voorgedragen worden. Een belangrijk criterium is dat men goed pinten kan drinken en vooral veel plezier wil maken. Uiteraard krijgt men de kans een ‘proef’periode door te maken, letterlijk en figuurlijk.

De Heren zijn officieus ontstaan in 1972. Toen in dat jaar de spoorlijn Turnhout-Antwerpen terug in ere hersteld werd, besloten een aantal vrienden om dit feit een feestelijk en folkloristisch tintje te geven. Ze zijn toen met een vijftigtal, verkleed in gehuurde Biedermeierkostuums anno 1870, van Turnhout meegereden tot in Herentals. Hun aanwezigheid viel zodanig in de smaak dat ze om herhaling vroeg en dus besloten ze eigen kostuums te laten maken en een officiële vereniging op te richten. Volgend jaar, in 2013, is het 40 jaar geleden dat hun statuten in het staatsblad verschenen.

Het kleurrijke kostuum van de Heren (zeg vooral NOOIT uniform) is hun uithangbord en ondersteunt hun identiteit. Fier dragen ze hun hoge hoed, hun taillehoge broek met glanzende streep op de pijp, hun gilet en hun vest (drie verschillende modellen, ontworpen door Jean Caron). Elk kostuum is persoonlijke eigendom en elke Heer draagt een eigen combinatie wat zijn individualiteit onderstreept. Nooit kom je een foto tegen met twee Heren naast elkaar die dezelfde kleuren dragen. Voor de aankoop van de eerste kostuums (gemaakt bij ‘Elba’, hoek Gasthuisstraat en Korte Gasthuisstraat, voor de vaste prijs van 4.000 Bfr. per stuk) werd een gemeenschappelijke lening aangegaan die op 12 maanden terugbetaald werd. Nog altijd wordt er stevig gelachen met De Rosse Van Deun uit de Otterstraat die tijdens hun deelname aan de Tijlstoet riep: “Zijn ze al afbetaald?”

Bij de oprichting waren ze met 27, later groeide dit aantal tot ongeveer 40-50 man en nu zijn er nog 17 leden. Van de eerste Heren zijn er al velen  overleden, maar de laatste jaren kwamen er gelukkig  enkele jonge Heren bij – de jongste is ongeveer 40 en de oudste 80. Voor de jongere Heren is het verkrijgen van een kostuum een probleem: ooit waren er kostuums teveel en heeft men die aan ‘t Heremenieke geschonken. Een nieuw kostuum laten maken is niet zo evident (welke kleermaker kan dit nog en aan welke prijs?) Een nieuwe hoed alleen al kost ongeveer 500 euro.

 Daarnet kwam al de benaming ' t Heremenieke ter sprake...

Enkele Heren waren bevriend met Hollanders uit Eindhoven die een muziekkapel hadden en die zegden “jullie moeten ook muziek maken”! Van ’t een kwam ’t ander … de Hollanders schonken de Heren een klarinet en een tuba en Ludo Maes kocht een tweedehands saxofoon bij Kamiel Van Zummeren en zo werd in 1975 ‘t Heremenieke geboren. Niet iedereen kon muziek spelen maar vele leerden het ‘uit zichzelf’ en anderen kregen ‘ bijzondere raadgevingen van die van Eindhoven’ (bedoeld wordt de dirigent van de Eindhovense carnavalsvereniging ‘de Volders’ die samen met de Heren de opening van de E3 opluisterde). Wekelijks werd er gerepeteerd onder de deskundige leiding van Jo Van den Brink die elke dinsdag door een van de Heren werd opgehaald en teruggebracht. Jo werd als dirigent opgevolgd door Ivo Hendrickx en André Verreet en nu is de zoon van André, Marc, de dirigent. Ria Sak, één van onze leden, werd ooit gevraagd om als gastdirigent ’t Heremenieke te depaneren, weliswaar voor een korte tijd want volgens de statuten zijn vrouwen ‘not done’ – ’t moet immers plezant blijven… Wat een vrouw (hier Ria Sak) wel mocht was hun vaandel naaien wat immers overigens prachtig gelukt is!

En de Heren hebben nog wat anders op hun actief!

Op vraag van Jack Nijs, voorzitter van het feestcomité van Levensvreugde, kocht Paul Meganck, één van de Heren, voor 10.000 Bfr. de ondermanden van de reuzen van de failliet verklaarde Reuzenclub. Ze stonden te verkommeren in het toenmalige lokaal van Levensvreugde in de Schoolstraat. De Heren hebben de dorpsgemeenschap van de reuzen gerestaureerd en de reuzenclub een nieuw leven gegeven. Ze zijn met 19 en beelden dorpsfiguren uit zoals een champetter, een non, een pastoor, boeren en boerinnen. In 1979 werden er nog 12 kaartreuzen bijgemaakt. In het totaal beschikt de Turnhoutse Reuzenclub nu over 31 reuzen: de grootste club van de wereld! Regelmatig worden ze uitgenodigd in binnen- en buitenland om één of andere stoet op te vrolijken: nog altijd ontstaat er grote hilariteit wanneer de ‘reuzenpastoor’ achter de ‘reuzennon’ loopt of andersom …   Weinig toeschouwers  beseffen hoeveel fysieke inspanning dit van de onderlopers vraagt! De 12 kaartreuzen zijn te bewonderen in de inkom van het stadhuis op de Grote Markt, de overige reuzen hebben onderdak gevonden in een magazijn in Arendonk. Het onderhoud, de opslag en het vervoer (met 3 vrachtwagens) van de reuzen kost veel, maar gelukkig wordt dit terugverdiend via optredens. De reuzenkleding werd gemaakt door Francine, de vrouw van wijlen Johan Dirckx en Greet de vrouw van wijlen Luc Van Dyck. Regelmatig wordt er een naaidag georganiseerd waarop de vrouwen van de Reuzenclub het onderhoud van de  reuzenpakken verzorgen.

Wat doen de Heren nu nog altijd?

Elke 2de maandag van de maand wordt er vergaderd in café St. Pieter en elke 4de maandag van de maand bezoeken ze een ander Turnhoutse café, gelegen tussen de vaart en de ring, men moet zijn pint immers verdienen! Als een café ’s maandag een sluitingsdag heeft gaan ze ’s woensdag terug en als ze content zijn over de service geven ze een certificaat af dat geldig is tot ze er nog eens passeren. Meestal drinken ze ‘gewone’ pintjes al wordt er tegenwoordig ook veel water gedronken … de rekening wordt op het eind van de avond gedeeld en als er geld over is gaat dat in de pot.  Met het lidgeld sponsort men 2 gratis consumpties per vergadering en van de rest wordt gefeest.

’t Heremenieke repeteert elke dinsdag, vroeger in St. Pieter, maar nu wegens plaatsgebrek in Den Bond. Op het einde van de repetitie als er iets te vieren is, houden ze een ‘ceremonie protocollaire’ die begint  met een speech gevolgd door het nuttigen van een fles oude jenever, altijd ijskoud en van het merk Smeets.

Er staan 180 nummers op het repertoire, alle genres populaire muziek. Bij een optreden bepaalt de dirigent de keuze, maar ‘Het kleine café aan de haven’ hoort er altijd bij als afsluiter. Een officieel optreden wordt afgesloten met een ‘opus marcus’ , hierbij stelt elke speler zijn instrument voor en daarna staat ‘de zaal op zijn kop’!

De schoonste herinneringen hebben ze aan hun optreden samen met de Boeren van Turnhout ter gelegenheid van hun 25 jarig bestaan en ook aan het afscheid van Burgemeester Marcel Hendrickx die voor de gelegenheid Herenboer gemaakt werd.

Wat hebben ze nooit gedaan en zullen ze ook nooit doen …

Vrouwen toelaten! Ze hebben er alle respect voor maar zien ze toch liever niet in hun kring opgenomen… Niet dat ze hen niet bekoren … Ooit ging er in Brussel een stoet uit waarin de Heren van Turnhout mee opstapten. In die stoet liepen ook vrouwen in aangepaste kledij mee en onze Heren kregen hen zomaar aangeboden! Toen ze er één mochten uitkiezen was Marcel Van Deun toch wel met de schoonste weg zeker!

En als vrouwen die graag lijndansen ‘t Heremenieke uitnodigen om hun activiteit te komen opluisteren gaan ze daar graag op in – tenminste toch als ’t plezant blijft en er iets te drinken valt.

De partners van de spelers van ‘t Heremenieke heten de Dameniekens, ze zijn zomaar ‘uit zichzelf ontstaan’ en zijn de felste fanclub van ‘t Heremenieke. Dat zij geen gepaste Biedermeierkleding dragen is eenvoudig te verklaren: volgens de Heren is de vrouwenmode uit die tijd zo verschrikkelijk lelijk dat ze het hun vrouwen niet kunnen aandoen die te dragen!

En wat is hun goed bewaard geheim?

Dat het bij de Heren zo plezant is en dat het er zo goed gaat is eenvoudig te verklaren: hun vrouwen komen goed overeen en gaan ook graag uit … en … gaan ze toch een keer samen op stap dan is het ook groot feest.

Rita Dries en Erika Wouters met dank aan Ludo Maes en Paul Van Roy.

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 20/03/2019