familie Peinen, foorkramers

Start
Omhoog

 

De familie Peinen, vier generaties foorkramers uit Turnhout

Johan Peinen en Rita Meeus stelden in augustus 2012 hun paardenmolen op, net achter de Goormolen op de Steenweg op Oosthoven. Voor de laatste keer op die plaats in Turnhout! Na de kermis in Merksplas in oktober 2012  ging het foorkoppel definitief met pensioen. Het gepaste moment dus voor Het Bezemklokje om een artikel te schrijven over deze familie van 3 generaties foorkramers.

In 1907 stond Turnhoutenaar Jan Peinen, bijgenaamd ‘De Rossen Duim’, voor de eerste keer op de kermis in Retie met een kraam met smoutebollen en snoepwaren. Het kermisleven was hem bekend want hij had al enige jaren als helper danstenten opgesteld en hoopte meer geld te kunnen verdienen door voor eigen rekening op de kermis te staan! De zaken liepen goed en Jan en echtgenote Anna (Net) Segers begonnen al vlug met een nieuwe attractie: een schietkraam, dat werd opgebouwd met de planken van de zolder van hun woning in de Grimstedestraat. In de jaren ‘30 van vorige eeuw breidden ze uit met een prachtig frietkraam en één van de mooiste kermisattracties voor de kleintjes: het schietkraam ‘Tir Astrid’. Tot aan zijn dood in 1968 bleef Jan dit schietkraam uitbaten, samen met dochter Mit.

Jan was een graag geziene figuur bij de andere foorkramers. Hij was wellicht de oudste Turnhoutse foorkramer, volgens een krantenartikel uit 1968 misschien wel de oudste van  het ganse land. In 1957 werd voor hem, 50 jaar na zijn eerste kermis, in Retie een groots feest georganiseerd. De burgemeester overhandigde hem een prachtig wandtapijt ‘De Reizende Muzikanten’, dat nu nog altijd bij zijn kleinzoon Johan in de woonkamer hangt. De fanfare ‘De Lindegalm’ begeleidde Jan en zijn familie van het gemeentehuis naar zijn foorwagen.

Ondertussen had ook zijn zoon Frans de microbe te pakken. Frans, geboren in 1914, diende al van jongs af te helpen. Toen ze op de kermis in Poederlee stonden, stuurde zijn vader hem - een  negenjarig jongetje - met de fiets naar Turnhout om mayonaise en ‘pickles’ te halen voor het frietkraam. Kleine Frans kon niet over de buis van zijn fiets, viel onderweg en van de gekochte waren was nagenoeg niets meer bruikbaar!
Tijdens WO II werd Frans als krijgsgevangene weggevoerd naar Duitsland. Zoals zovelen, die met verlof naar huis mochten, keerde hij niet terug. Hij was dus voortvluchtig, maar dit verhinderde hem niet om mee op de kermissen te staan. Eén keer liep het bijna mis en moest hij zich een ganse dag voor de Duitsers verstoppen in de ‘trechter’ van de paardenmolen. De trechter is het middelpunt van de molen, waar de binnenbekleding van het dak samenkomt.
Behalve de kermissen doen, werkte Frans tot aan zijn huwelijk met Maria Wuyts in 1946, ook nog bij Splichal. Begin jaren ’50 liet het koppel een kleine, ronde  paardenmolen bouwen en deze bleef tot in nu in gebruik.

Johan Peinen, vertegenwoordiger van de derde generatie, werd geboren in 1949. Toen stonden ook de woonwagens van de foorkramers bij hun attractie op de Grote Markt in Turnhout. Johan sliep als kleine jongen in een kartonnen doos onder de ‘velokes’ van de paardenmolen en kreeg dus elke week een nieuwe ‘slaapkamer’!

Na zijn huwelijk met Rita Meeus startte hij met een grote, zelf gemaakte kindermolen. Samen met een oude ‘foorman’ uit Leopoldsburg werd deze gemonteerd en stond als vaste waarde op Turnhout Kermis. De kleine paardenmolen, die Johan van zijn vader had overgenomen werd op de kleinere kermissen gebruikt. Johan somde een indrukwekkend aantal kermissen op waar hij in Turnhout allemaal ooit gestaan heeft: Karnavalkermis op de Grote Markt, Parkwijk kermis, Kleinkermis aan het kasteel, Lokerenkermis in de Tuinwijk (aan het fonteintje), Zevendonkkermis, Oosthovenkermis in de Meirgorenstraat, Wieltjeskermis, de kermis op het Congoplein, Buitenkermis aan de Watertoren, Schorvoortkermis, Otterstraatkermis eerst in de Otterstraat aan Huis Jeanne en later op het Boomgaardplein en Kasteleinkermis. De manier waarop hij en zijn vrouw Rita de kinderen aanspraken maakte hen overal erg geliefd.

In de beginperiode van Johan en Rita kostte een ritje op de molen ongeveer 5 frank. De meeste gezinnen hadden in die tijd nog heel veel kinderen en kochten een 10 of 20 beurtenkaart. Uitzonderlijk was wel dat enkele vaste klanten een abonnement namen voor de ganse duur van de foor! Vanaf dat er 3 kinderen op de molen zaten werd de ‘floche’ of ‘pluske’ in beweging gebracht. Wie de floche kon bemachtigen, won een gratis ritje! Net dit vormt de aantrekkingskracht van een paardenmolen. wat is er plezanter dan de ouders en grootouders te zien juichen als hun kleine pupil de floche heeft kunnen grijpen. De laatste jaren werd dit dan ook direct op de foto vastgelegd.

In 1978 nam Johan het schietkraam van zijn vader over en enkele jaren later maakte hij zelf een kinderschietkraam. Zijn dochter Miriam, geboren in 1970, stond als elfjarig meisje al alleen in dit kraam. Tot op vandaag is het trouwens nog altijd haar kostwinning.

In de wintermaanden ging Johan meestal werken bij Splichal. Zijn vader had hem daartoe aangezet omdat er in deze stille kermismaanden veel werk was in de agenda-afdeling van dit bedrijf.

Heel 2012 werd een feestjaar voor Johan en Rita, die nooit ver van Turnhout hun attracties opstelden. Ze hebben ontzettend veel mooie herinneringen aan de kermissen van Turnhout, Beerse, Arendonk, Vosselaar, Merksplas, Geel, Kasterlee en Retie. Na de kermis in Merksplas in oktober 2012 zullen ze nog enkele kleine kermissen met het schietkraam en kinderschietkraam blijven doen om het sociale contact niet te verliezen. Het opstellen en afbreken zullen ze niet missen, de 'klanten' en vooral de vrolijke kinderen des te meer!

Na 44 jaar op de kermis mogen ze zeker van hun verdiende pensioen gaan genieten. Al zag ik wel dat vooral Rita af en toe een traantje moest wegpinken…

Marc Cornelis, met dank aan Johan en Rita Peinen-Meeus.

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 30/01/2019