Renier Sniedersstraat

Start
Omhoog

 

Mijn jeugdjaren in de Renier Sniedersstraat: Ror Janssen vertelt… 

In het vorige nummer van het Bezemklokje werd in de rubriek ‘Reilen en zeilen in onze stad‘ vermeld dat de woning op nr. 13 in de Renier Sniedersstraat van eigenaar veranderd is.

De krant ‘Het Nieuwsblad‘ wijdde er een artikel aan maar gaf in de titel wel enigszins foutieve informatie: het betreft hier niet het huis van Dokter Paul Janssen zelf, maar wel dat van Dokter en Mevrouw Constant Janssen-Fleerackers. Zij woonden er met hun gezin van 1926 tot 1955. Paul Janssen werd er geboren (1926) en na Paul volgden nog drie dochters: Josée (1928), Godelieve (= Ror 1930) en Kristin (1932). Het jongste kind overleed reeds in 1937. We vonden dit een uitstekende gelegenheid om te gaan praten met Mevrouw Godelieve Clerinx-Janssen. Zij is de enige van het gezin Janssen die nog in leven is. Met veel enthousiasme vertelt ze over haar jeugd in de Renier Sniedersstraat en ze benadrukt meermaals de rol van haar vader Dokter Constant Janssen.

Dokter Constant Janssen startte zijn praktijk als huisarts op de Grote Markt  nr.35 (oostzijde). In januari 1926 verhuisde het gezin naar  een moderne woning in de Renier Sniedersstraat   nr.13 (toen nr.11), nu een woning in typische art deco stijl. Zij kochten dit huis van sigarenfabrikant Denens die toen een fabriek had in het huidige nr.15. Dokter Janssen zou dit pand (nr.15) later gebruiken als opslagplaats voor de producten van Richter.(1)

Ondertussen had Constant zich meer en meer toegelegd op het bedrijfsleven en in 1938 stopte hij met de huisartsenpraktijk en verhuisde zijn bedrijf naar een leegstaande fabriek verderop in de straat. Dat gebouw werd gerenoveerd en de nodige opslagplaats werd voorzien voor verdere expansie. Het was ook daar dat later de huwelijksfeesten van Ror en haar zus Josée gevierd werden.

Maar nu terug naar wat Ror vertelde.

“Ons huiselijk leven speelde zich vooral af in de eetkamer op de gelijkvloerse verdieping. Iedereen zat gezellig rond de tafel en ik kroop vaak bij vader op de schoot. Ons gezin hield van musiceren en dat gebeurde in de muziekkamer op de eerste verdieping. Paul speelde piano, Josée en Ror viool. Vaak zongen we samen, ook als er familie op bezoek kwam.”

Tijdens de zomervakanties kwam een zekere Dokter De Caluwé (specialist neus, keel en oren) Constant Janssen,die zich ondertussen gespecialiseerd had in kindergeneeskunde, assisteren om bij een aantal kinderen ‘amandelen en poliepen te trekken‘. De kleine patientjes mochten vooraf in de tuin spelen en kwamen dan één voor één aan de beurt voor de ingreep. Achteraf werden ze per auto naar huis gebracht.

Ook herinnert ze zich levendig de dag van haar Eerste Communie: bij die gelegenheid vroeg ze als cadeau een levend lammeke, wat ze ook kreeg. En stel je voor: de volgende ochtend stond de ooi aan de voordeur! Die had zelfstandig de weg gevonden van het huidige Boomgaardplein naar de Renier Sniedersstraat. Want Tante Marie, de zus van Constant, baatte daar samen met haar echtgenoot Jozef Dierckx een grote boomgaard en een tuinbedrijf  uit, ‘Buitenmuur’ genaamd. Het lammeke was er geboren en groeide daar na een kort verblijf bij Ror, verder op.

“Ik was 8 jaar toen mijn grootmoeder Catharina Fleerackers-De Wit overleed in 1938. Ik heb ze dus niet zo lang gekend.” Grootmoeder was directrice van de gemeentelijke meisjesschool in de Gemeentestraat. Zij woonde met haar gezin in een huis naast de school. Na haar pensionering verhuisde ze naar de Begijnenstraat. Grootmoeder Fleerackers kreeg 13 kinderen” en Ror kan ze nog zonder moeite allemaal opsommen.

Uit het volgende verhaal kunnen we toch wel afleiden dat de ouders Janssen gulle mensen waren met een hart voor de minder bedeelden. Elke maandag mochten ‘ouw mannekes‘van het Godshuis in de Wezenstraat,en dat waren er toch een 15-tal, een cent komen halen om rookgerief te kopen. Stan vroeg ’s morgens dan steevast of er wel voldoende klein geld in huis was.

Het gezin hield van gezelligheid en voor familieleden, vrienden en bekende Kempenaren stond de deur altijd open. We vermelden o.a. Emiel Fleerackers s.j. broer van haar grootvader, dichter en prozaschrijver; Emiel Janssen s.j. broer van haar vader en eveneens auteur. Beiden werkten actief mee aan ‘Zuid en Noord’, de gekende schoolboeken voor literatuur.

Ook Lode Van Dessel, gehuwd met de zus van haar moeder, was een graag geziene gast. Hij was een tijd lang dirigent van het gekende koor ‘De Vedel‘ tot hij met zijn gezin emigreerde naar Amerika. Ze herinnert zich ook nonkel Henri, broer van haar grootvader Fleerackers, die directeur van het kartonnage bedrijf Belgica in de Oude Vaartstraat was.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam een pastoor uit Deurne afgezakt naar de Kempen op zoek naar gastgezinnen voor verzwakte stadskinderen. Zo kwam een zeker Francinneke Theuns als ‘stadsmusje‘ terecht bij vader en moeder Janssen. Aanvankelijk zou ze drie maanden blijven maar uiteindelijk vertrok ze pas als ze schoolplichtig werd. Tijdens de schoolvakanties bleef ze komen. Vermits ze al vlug beschouwd werd als een familielid, heeft Ror nu nog steeds contact met haar.

Na de oorlog beslisten haar ouders de woning  te laten verbouwen: de praktijkruimte, sinds 1938 niet meer gebruikt, werd aangepast als woonruimte en bovendien kwam er een Amerikaanse Cubex (2) keuken. Ook werd de bestaande ‘monte-plats‘ voorzien van een elektrische motor. Dat kwam goed van pas vermits de opgroeiende kinderen regelmatig vrienden en vriendinnen uitnodigden voor o.a. ‘thé-dansants‘.

Toevallig vertelde Frans Stymans, lid van het Bezemklokje, dat hij in diezelfde periode (1939-1952) ook in de Renier Sniedersstraat woonde. Zijn ouders hadden in nr 7 een groothandel in schoenen en een winkel. Hij herinnert zich levendig hoe de straat er toen uitzag. Links van hen bevond zich de Festa, het café van Marcel Lenders, bijgenaamd Marcel van De Koeter met op de eerste verdieping een danszaal. In nr. 5 had Pol Goris zijn matrassenfabriek. In nr.11 woonde het gezin van Joseph Dierckx-Drugman in een typische art nouveau woning.“Wij waren thuis met 11 kinderen” vertelt Jacqueline Boone-Dierckx, “waarvan er 9 daar geboren werden.”  

Een beetje verderop aan dezelfde kant van de straat was de gekende ledergroothandel Sas-Matthé. Waarschijnlijk weten weinig Turnhoutenaren dat aan de overkant de groothandel in sanitaire toestellen van Staf Zellien gevestigd was. Daar vlakbij, zo vertelden Ror, Frans en Jacqueline woonde tijdens WO II de Ortskommandant.

Zowel Ror als wijzelf genoten van de gezellige babbel bij haar thuis: zij beleefde er duidelijk veel plezier aan. Waar ze eerst beweerde dat ze ons niet zo veel kon vertellen, kregen we uiteindelijk heel wat informatie en herinneringen te horen. We bedanken haar dan ook van harte hiervoor.

Frieda Schiltz en Erika Wouters

1.Dokter Constant Janssen verwierf vanaf 1933 het alleenrecht om de Richter-producten uit Hongarije in te voeren en te verdelen over België, Nederland en het toenmalige Belgisch Congo.

2.Cubex keuken: houten keuken die volledig met lakverf geschilderd werd. Vaak met uitschuifbare glazen voorraadpotten en tabletten die, uitgetrokken een werkblad of tafel vormden. Werd op het einde van de jaren’20 uitgevonden door de Belgische architect De Koninck.

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 20/03/2019