Cremers wafels

Start
Omhoog

 

Cremers Wafels, het begon allemaal met twee wafelbaksters.

Michel Cremers, de derde generatie van het overbekende familiebedrijf Cremers uit Turnhout, noteerde op mijn vraag het grootste gedeelte van dit verhaal. Hij schreef over de ‘wafelenbak’ vanuit zijn eigen ervaring en kennis. Ik heb getracht om met aanvullingen van data, namen en plaatsbepalingen het beeld zo volledig mogelijk te maken.

“Ik vertel het verhaal zoals het mij is overgeleverd en hoe ik het allemaal zelf heb meegemaakt. Na de overname van Cremers door Corona-Lotus heb ik de sector nog nauwelijks gevolgd toch wil ik de markantste zaken graag vertellen. Laten we dan maar beginnen met de toestand van de wafelbakkerij, of beter gezegd de wafelbaksters in Turnhout begin van vorige eeuw. De meeste wafels werden per stuk verkocht zowel bij bakkers als bij particulieren.

De familie Cremers was afkomstig uit de Klinkstraat en één van hun zonen, mijn grootvader Karel Cremers, begon rond 1930 met een gewone bakkerij aan de Merodelei, juist over de spoorweg, praktisch op de hoek van de Kadasterstraat. Hij koos voor deze locatie omdat aan die kant van de stad bijna geen bakkerijen waren. Twee ongehuwde tantes van mijn vader namen de taak van wafelbaksters op zich. Zij bakten hoofdzakelijk de hardere soort, de ‘Kempische Koffiewafel’,die snel een groot succes werd maar op gebied van marketing een dikke misrekening bleek. Twee mensen die de hele dag door wafels bakten leverden een hele omzet, die aanvankelijk enkel in de winkel verkocht werd.

Op een bepaald moment werd mijn vader, Jan Cremers (°1913 + 1991), opgeroepen voor zijn legerdienst. Jan zelf was verzot op de eigen Cremers wafels en omdat hij vrij lang van huis was kreeg hij van zijn moeder wafels mee in zakjes verpakt. Inventief als mijn vader was kreeg hij al vlug het idee om verpakte wafels aan de man te brengen. Samen met het brood dat hij per triporteur aan huis bestelde, leverde hij nu ook de succesvolle Cremers wafels.

De broodtoeren breidden uit en de triporteur werd al vlug te klein zodat mijn grootvader onze pa aanraadde een autootje te kopen. Dat gebeurde ook zo maar het ‘dingetje’ moest ook wel afbetaald worden. Tijdens zijn legerdienst had mijn vader opgemerkt dat in het Antwerpse die ‘Koffiewafels’ erg gewild waren. Het resultaat was dat hij zijn ‘camionette’ helemaal vulde met pakken wafels en in Antwerpen de boer op ging. Dat werd een reuze succes. De twee ‘tantes wafelbaksters’ konden hun taak alleen niet meer aan en meer personeel was noodzakelijk. Dit succesverhaal had ook een negatieve kant waarvoor niet onmiddellijk een oplossing gevonden werd. Deze krokante wafels, zelfs in zakken verpakt, gaven veel breuk door het stapelen in de camionette, het vervoer en het afleveren in de winkels. Een mens mag al eens wat geluk hebben in zijn leven en laat nu juist Turnhout ook het centrum van de grafische nijverheid zijn. Alhoewel er eerst absoluut geen interesse bestond om kartonnen dozen te gebruiken werd op de duur wel iemand gevonden die zo gek was om met onze pa in zee te gaan en een kartonnen doos te ontwikkelden. De gekende bruine kartonnen doos met blauwe letters was geboren! Alles liep gesmeerd en wij draaiden op volle toeren. Tevredenheid alom. Te laat kreeg onze pa in de gaten dat er in Arendonk een kleine wafelbakkerij ontstond met een sterk inslaande naam: ’Eigenbak’. ‘Eigenbak’ produceerde alleen malse wafels, die in de wijde omtrek erg in trek waren. Wij bakten deze malse wafels ook wel maar nog handmatig en moesten dus dringend op zoek naar automatisering. Een machinefabriek in Verviers ontwierp een halfautomaat. De stukjes deeg  werden er met de hand ingelegd en de afgewerkte wafels werden er automatisch  uitgezogen. Dit was een grote stap vooruit want die machine heeft de basis gevormd voor de verdere automatisering van de productie en voor de lancering van nieuwe artikelen. Dit was nodig omdat concurrenten zoals Suzy en Corona Lotus intussen scoorden met aanverwante producten.

Ondertussen kwam ik (Michel Cremers °18-11-1945) na een korte loopbaan als tolk, mee in de zaak eind jaren 60. Al snel werd de bakkerij tussen de Zandstraat en de Kadasterstraat  te klein en verhuisden we naar de nieuwe gebouwen aan de Steenweg op Gierle, tegenover de Philips fabrieken. De bakkerswinkel aan de Merodelei bleef in de familie tot 1973 en werd nog jaren door nieuwe mensen uitgebaat.

Wij gingen ons toeleggen op ‘flashwafels’. Deze ‘eierwafels’ werden gebakken op de kleine halfautomaat en die draaide de hele week op volle toeren. Weerom een groot succes en volledige automatisering drong zich op. Niemand in België lukte erin een volautomaat te ontwerpen waarin ‘lopend’ deeg kon verwerkt worden.

Mijn vader en ik hebben toen zelf een ontwerp gemaakt voor een installatie en hebben dit voorgelegd aan de firma Haas in Wenen. Deze firma was gespecialiseerd in de verwerking van ‘lopend’ deeg en had een Europese exclusiviteit voor de productie van ijswafels en centwafels.

Zij waren geïnteresseerd in het bouwen van een proefmodel en wilden dat wij het mee zouden financieren. Uiteindelijk was de machine na een jaar van proefbakken klaar en konden wij er zelf mee beginnen. Proefbakken in Wenen of ‘full-production’ in Turnhout was niet hetzelfde! De machine moest om de paar uren gekuist worden. Mijn pa en ik hebben bijna naast die machine geslapen om toch maar verbeteringen te vinden. We zijn er toch in geslaagd en hebben uiteindelijk vijf van deze installaties gekocht, telkens met twee jaar exclusiviteit om de concurrentie zo weinig mogelijk kans te geven. De ‘flashwafel’ werd in België nauwelijks verkocht, maar omdat we al een goede exportnaam hadden, konden we deze eierwafels in heel Europa kwijt. Op het ogenblik dat ik de fabriek verliet, nu zo’n 15 jaar geleden, produceerden we 250.000 flashwafels naast 90.000 familiewafels en 70.000 Kempische koffiewafels per dag.       
Spijtig dat door overnames, slechte communicatie en falende productie (te weinig toezicht) er vroegtijdig een einde kwam aan dit succesverhaal van Cremers. In 1992 werd Cremers overgenomen door Car Foods, een Engelse groep. Enkele jaren later door Artal, een Frans bedrijf en uiteindelijk rond 2000 door Lotus. Kort daarop werden de deuren van dit Turnhouts bedrijf gesloten. De gebouwen werden verkocht aan Kenis (garage Renault).
Een familiebedrijf van generaties, waar ooit meer dan 80 mensen hun brood verdienden met het bakken van ‘wafels’ is enkel nog een mooie herinnering voor vele inwoners van onze stad.”

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 05/07/2019