Papiernijverheid

Start
Omhoog

 

Gastspreker aan het woord : grootouders in de papiernijverheid.

Een geboren en getogen Turnhoutse oud-lerares van het Heilig Graf, Odette Sels, interesseerde zich sinds haar pensionering voor de geschiedenis van onze stad. Zij ontdekte dat haar familieleden van twee generaties terug, banden hadden met de Turnhoutse papiernijverheid in de jaren 1900. Dit was de kleine bron van inkomsten van de gewone man die zijn gezin moest onderhouden.

We laten haar aan het woord:

De drukkerij van mijn grootvader  Laurent Claes-Lewis Van Bourgognie “’t Claeske” in de Gasthuisstraat is als volgt ontstaan: grootvader was meestergast in de drukkerij Splichal, die naast Mesmaekers, Van Genechten, Biermans en Brepols het meeste volk tewerkstelde. Op de persen in ‘zijn’ fabriek werd een plaatselijk krantje “De Kempenaer” gedrukt, één van de enige nieuwskranten in de Kempen, zij het dan op zeer lokaal vlak. Om wat bij te verdienen, dat was nodig met de lage lonen, verbouwde hij zijn fiets zodat hij honderden krantjes kon vervoeren en verkopen. Hij reed heel de Kempen rond om tegen de middag thuis te komen zonder ‘Kempenaers’, maar met een flinke duit in ’t zakje zodat hij kon sparen voor een eigen bedrijf. 
Hoe geraakte hij op één voormiddag zoveel krantjes kwijt?             
Wel, in die tijd gingen de meeste mensen nog naar de mis op zondag. Hij vertrok om half vijf ’s morgens, verkocht vóór de “vissersmis” (na de mis gingen de meeste mannen vissen) van vijf uur zijn eerste kranten, reed tijdens de mis naar een andere kerk of een ander dorp om ook daar na de mis een groot aantal krantjes te verkopen. Zo verliep heel de zondagvoormiddag (op zaterdag kon dit niet, want zaterdag was ook een werkdag in de fabriek). Dit deed hij jaren, bij goed en bij slecht weer.
Zijn eerste drukpers was dan ook de beloning voor zijn moedige inzet. Door hard werken, soms na overuren in de fabriek (in die tijd onbetaald en doodnormaal) kon hij het financieel aan om een pand te kopen en om een eigen bedrijf op te richten. In 1921 begon Laurent Claes zijn eigen drukkerij in de Gasthuisstraat nummer 59, met een Heidelberg “pedaal” voor klein drukwerk. Hij verliet de fabriek en breidde zijn kleine drukkerij uit met een winkel in kranten (ook de Kempenaer natuurlijk) en papierwaren. Later gaf hij regionale postkaarten uit, verkocht ook schoolgerief, tijdschriften en boeken. Hij werd zelfs beboet omdat hij aan een onbekende inspecteur een boek verkocht dat op de ‘vermaledyde’ index stond. Nog later opende hij een vrij toegankelijke toonzaal met speelgoed, die vooral met Sinterklaas en in de kermisweek veel bijval kende. Zijn vrouw Lewis was vaak ziek en daarom hielp de dochter Jeanne Claes regelmatig in de winkel.  
Rond 1935 was het een bloeiend bedrijf en kwam zijn zoon Jos mee in de zaak. Hij bediende ook de nieuwe zetmachine zodat de teksten in lood gegoten werden per regel en niet meer met de hand letter per letter. Na WO II werd de p.v.b.a. L. Claes en Zoon gesticht en begon Jos ook met de verdeling van kranten en weekbladen voor de ganse regio. Met de tram werden rond vier uur ’s morgens de kranten op de stoep gegooid. Jos verdeelde de kranten in houten kastjes aan de zijkant van de winkel. De krantenbezorgers haalden, met hun eigen sleutel achter de afgesloten deurtjes, in de poort, hun kranten en weekbladen op. Er waren een 16 tal kastjes. De kranten die niet verkocht werden nam de uitgever terug. Lewis sorteerde deze samen met één van de jonge gasten op de bovenverdieping. Ze hield heel nauwgezet een boekhouding bij en vond het plezierig te zingen tijdens dit werk.          
Rond 1960 kwamen de twee zonen van Jos mee in de zaak. Bob, de oudste runde de drukkerij en Wim had de leiding over de winkel. Er was geen goede samenwerking en de drukkerij met verschillende “gasten” liep sterk terug. Het pand in de Gasthuisstraat moest noodgedwongen verkocht worden en de zaak werd overgebracht naar de Patersstraat. Rond 1980 werd dit ooit zo bloeiend bedrijf definitief gesloten.

Postkaart, eigen uitgave, links Lewis Van Bourgognie en rechts dochter Jeanne Claes.

Mijn andere grootvader, Henri Sels-Catharina Van De Heyning “Va Sels” moest vanaf zijn 6 jaar (° 1872)  met zijn vader mee naar de fabriek van Brepols die toen geleid werd door baron du Four.  Boven de ingangspoort stond een Heilig-Hart beeld met daaronder de tekst: Laat de kleinen tot mij komen (zo heeft hij mij verteld). Vanaf het moment dat de jongetjes zelf hun broek op en af konden doen moesten ze met vader mee. Zij deden het werk van de ‘gamins’ (de bazen spraken natuurlijk nog Frans in die tijd). Dit werk hield in dat ze het papier van de ene naar de andere werkman moesten brengen. Eigenlijk deden ze het werk van de transportband die later werd geplaatst. Nadien werd ‘grootva’ verver. Hij verfde het gekleurde glanspapier dat wij nog kennen uit de kleuterklas. Omdat de inkomsten zo karig waren kloste grootmoe kant. Zij was er fier op dat zij heeft meegeholpen aan de bruidssluier van koningin Wilhelmina, die in Turnhout door 20 kantwerksters samen geklost werd.
Grootva klom stilaan op tot gespecialiseerd vakman, hij verfde met de hand het zogenaamde marmerpapier dat je nog vindt aan het binnenkaft van oude kantoorboeken. Toch was hij niet tevreden met zijn pover loon. Hoewel Va Sels noch lezen, noch schrijven kon was hij een “zelfstandige ondernemer” van het eerste uur. Toen er tijdens WO I wegens de crisis te weinig werk was in de fabriek werd hij ontslagen. Zijn zin voor ondernemingsschap was toen zijn redding. Hij ging naar de zondagsschool (lees volwassenenonderwijs op zondagmorgen in een aanbouw van de Sint-Pieterskerk) en leerde er zijn naam en zijn handtekening schrijven en verder is hij niet gekomen.
Gewapend met zijn ‘handtekening’ ging hij op reis naar Parijs, Venetië, Rome en legde zo contacten voor grote aankopen met enorme risico’s. Hij kocht bijvoorbeeld een schip vol papieren zakken in alle formaten. Die kreeg hij van zijn leven niet verkocht, maar op wat hij verkocht maakte hij zoveel winst dat hij toch goed ‘boerde’. Zo kocht hij ook grote partijen speelkaarten die over heel de wereld verspreid werden. Elk land had in die tijd zijn eigen type van beeld, bijvoorbeeld Spaanse kaarten waren totaal verschillend van de Franse of Engelse speelkaarten. Hij begon stilaan de producten die in de fabriek werden gemaakt in grote hoeveelheden aan te kopen en ze per stuk aan de man te brengen. Zo verkocht hij voor de jaarmarkten het ‘mannekenspapier’, de voorloper van het stripverhaal. Deze prenten hadden meestal een opvoedkundige waarde voor de kinderen, die in die tijd zeker allemaal nog niet konden lezen of schrijven. Brepols had een zeer uitgebreide collectie van meer dan 400 prenten die lithografisch werden gedrukt op zeer dun papier van minderwaardige kwaliteit.
In de zomer moest grootmoe bij baron du Four meehelpen in de huishouding. Wassen, plassen, koken en voor de kinderen zorgen gebeurde zonder extra vergoeding. Omdat ze zo haar best had gedaan, kreeg ze toen ze ermee ophield een prachtig handgeschilderd koffieservies dat zij als een schat (van waardering) bewaarde, maar nooit gebruikte. Dit servies staat nu bij de vierde generatie in vrouwelijke lijn nog steeds intact in de ‘pronkkast’.

Odette Sels en Marc Cornelis

 

Atelfond in de Bareelstraat verlaat Turnhout in 2010-2011.

Niet iedereen in Turnhout kent de naam Atelfond, en nog minder mensen weten dat dit groot metaalverwerkend bedrijf 80 jaar lang in de Bareelstraat gevestigd was.  De belangrijkste reden hiervoor is ongetwijfeld dat deze firma nooit zaken deed met Turnhoutse particulieren.

Eind 1929 werd Atelfond opgericht door niet minder dan 11 aandeelhouders waaronder Louis Maes. De grootste aandeelhouder was de ‘Tilburgsche constructiewerkplaats en machinefabriek’ (voorheen H. Hoovers).  Louis Maes woonde met zijn vader Vital Maes in de Bareelstraat nr. 39, in één van de werkmanshuisjes recht tegenover het toekomstige Atelfond. Stan Maes, de broer van Vital, had reeds lang een ijzergieterij in de Prinsessenstraat, een zijstraat van de Bareelstraat.  In 1925 vroeg Stan aan zijn broer Vital of Louis bij hem mocht komen werken als boekhouder want de vorige was er met de kas vandoor gegaan!  Hij bleef er tot hij in 1929 Atelfond oprichtte.

De eigenlijke oprichtingsakte van Atelfond werd op 21 februari 1930 verleden bij de notaris.  De firma Atelfond, afkorting van ATELier de Construction et FONDerie de Turnhout had twee afdelingen: een ijzergieterij en een afdeling metaalconstructie voor o.a. hijskranen, draglines, grijpers, dieplepels, baggeraars, enz.  Dat de naam in het Frans werd gekozen was in die tijd heel normaal.  De steenkoolmijnen van Wallonië en Limburg waren immers grote klanten. In deze periode werd tot één hijskraan per week gefabriceerd.  Soms was het een huzarenstuk  om deze zware machines – ca. 45.000 kg – door de straten van Turnhout te vervoeren. De ijzergieterij werd in 1942 verkocht aan staalgieterij Allard omdat er tijdens de oorlog maar een beperkt aantal gieterijen mocht blijven bestaan.  Louis Maes kijkt hierop terug als zijn beste deal. Werken in een gieterij waar o.a. ovens gestookt werden met kolen, was immers hard en vuil ‘labeur’. Het spoor van de NMBS liep tot in de gieterij voor de aanvoer van zowel kolen als ijzererts. In de buurt van o.a. de Zandstraat zijn er nog altijd gietijzeren afvoerpijpen in de voetpaden waarop de naam Atelfond staat. In de constructieafdeling werden naast hijskranen ook graafmachines, voetgangersbruggen (passerelles), overbruggingen in fabriekshallen, silo’s en portaalkranen gebouwd.  Nagenoeg  alle bruggen over het Kempisch kanaal zijn door Atelfond na de oorlog opnieuw gebouwd. Alle onderdelen, met uitzondering van de motoren, werden in het bedrijf zelf vervaardigd.

Na het faillissement van Allard in de jaren 60, wilde Louis Maes de ijzergieterij terugkopen onder de voorwaarde dat hij voorzitter werd van de raad van bestuur en dat er 5 jaar geen dividend zou uitgekeerd worden. Deze verkoop ging niet door. Ondertussen kregen Louis en Frans Houtmeyers, in de periode 1945–1965, geleidelijk aan de meerderheid van de aandelen in handen. Louis, die zorgde voor de goede werking en organisatie in de zaak werd de’ minister van binnenlandse zaken’ genoemd, de ‘minister van buitenlandse zaken’ was Frans Houtmeyers die de verkoop leidde. In de jaren 60 kwamen ook de 2 zonen van Louis, Jef en Paul, en de zoon van Frans, Jean-Paul mee in het bedrijf.  Toen in 1985 Louis Maes op 78-jarige leeftijd overleed namen zij de leiding over. Het personeelsbestand liep in de gouden jaren 50 en 60 op tot meer dan 100 werknemers,om daarna geleidelijk aan terug af te nemen tot +/- 25 in 1985 en +/- een 10-tal in 2008.

In het loonboek uit de beginperiode worden een aantal merkwaardige beroepen vermeld:

·         soudeur          lasser

·         mouleur          maker van de houten mallen  

·         traçeur            tekenaar met de kraspen in metaal

·         ajusteur          eindafwerker

·         kapper            afkapper van braam

Een noyateur en een vuurwerker, beroepen waarvan we de inhoud niet exact kunnen verklaren.

Er werden bij Atelfond uitzonderlijke producten gemaakt. Hier volgen enkele voorbeelden:

·         De kraan achter het Amerikaans paviljoen op Expo ’58.

·         De silo’s en de losbrug van de voormalige Anco gebouwen.

·         De rangeerlocomotieven voor  het toenmalige Belgisch Congo.

·         Een torenkraan met 2 masten voor de firma Gillis in Brussel, getoond in het populaire TV programma Echo.

·         De kooien en installaties voor zeppelins van het Belgische en het Thaise leger van waaruit para’s hun eerste parachutesprong deden.

·         Een bestelling van 150 kranen voor Rusland waarvan er door het uitbreken van WOII slechts 50 gebouwd werden. Telkens er een kraan klaar stond kwam de Russische ambassadeur op de kade in Antwerpen met cash geld betalen.

·         Inox mengkuipen voor de aanmaak van siliconen bij Soudal.

Een ijstaartsnijmachine voor kerststronken.  Een klant had met de hand een kerststronk gemaakt en bracht deze mee naar Atelfond in een koelbox.  Hij zette deze stronk op de onderhandelingstafel en vroeg een offerte voor een machine om dit product machinaal te maken, te versieren en te snijden.  Natuurlijk smolt het ijs en na een half uurtje zat iedereen met een bordje ijs voor zich.  De machine werd ontworpen en verkocht aan o.m. Het IJsboerke en andere grote ijsproducenten in Europa.

Naast de reeds vermelde klanten leverde Atelfond ook bij Sidmar Gent, BASF, Hessenatie, Dredging, Volvo, Daf enz…  Ook de lokale industrie zoals Brepols, Heinz, Red Band…. maakte regelmatig gebruik van de kennis van Atelfond om technische hoogstaande zaken op maat te laten maken.

In 2007 bleef Jef Maes als enige eigenaar over. Aangezien in 2011 de milieuvergunning en in 2014 de uitbatingsvergunning zou verlopen wou Jef het bedrijf verkopen. Het terrein was ondertussen van industriezone omgevormd tot woonzone. Op 1 januari 2009 werden het handelsfonds en de overgebleven werknemers overgenomen door Beva Metal in Retie en kreeg het de naam Atelfond bvba.  Tot 1 juli 2009 begeleidde Jef de nieuwe eigenaar Joris Bertels.  De gronden en gebouwen werden door Jef ondergebracht in Atelfond Invest nv.  Het oorspronkelijk BTW-nummer werd behouden.  Beva Metal huurt de gebouwen in de Bareelstraat tot eind 2010 – 2011 en blijft tot dan zijn activiteiten hier verder zetten.    
In de jaren 50-60 waren de gronden gelegen naast de Diksmuidestraat nog geen eigendom van Atelfond. Ze werden toen nog gebruikt als overslagplaats van tram op trein. Er liep een spoor van de ‘Tramstatie’ aan de ‘Nieuwen Buiten’ tot aan de verbinding met de trein aan het station. Wat er na 2010 met de gronden en gebouwen zal gebeuren is nog niet helemaal duidelijk.  In ons land bestaat er een wetgeving die de renovatie van stationsbuurten wil stimuleren.  De Stad en de Provincie hebben een voorkooprecht bij een mogelijke verkoop.  De Stad Turnhout heeft plannen om hier, op de gronden van o.a. Atelfond en Foresco, een innovatiepark te realiseren. De totale oppervlakte hiervan zou +/- 6 ha. bedragen.  Als heemkundekring hopen we dat de namen Atelfond en Foresco bij een nieuwe bestemming niet verloren gaan. Een ongelooflijk interessant, hoogtechnologisch en een in Turnhout vrij onbekend bedrijf zal verdwijnen, maar laat een geschiedenis na waar Turnhout fier op mag zijn!

Dat het bedrijf en zijn eigenaars wel degelijk een sterke binding hadden met Turnhout mag blijken uit deze anekdote ter afsluiting.  Toen ergens in de jaren 50-60 het hoekhuis van de Prinsessenstraat en de Bareelstraat een nieuwe eigenaar kreeg wou deze het O.L.Vrouwebeeldje in de nis van zijn huisgevel verwijderen.  Hij was  blijkbaar niet voor dit ‘katholiek gedoe’. De buurt klopte aan bij Louis Maes en vroeg of hij daar niets kon aan doen. Louis kon de man natuurlijk niet verplichten om het beeld te laten staan en liet dan maar zelf een nis met beeld maken in de gevel van zijn bedrijf!  De buurt zorgt dat het beeld onderhouden wordt en versiert het, zoals zovele hoek- beeldjes, in de maand mei met bloemen.  De verlichting van de nis werd aangesloten bij Atelfond.  Gelukkig kwam ook later opnieuw een beeld in de hoeknis van de Prinsessenstraat. Verdwijnt het beeld van Atelfond samen met de gebouwen na 2010?

Jef Maes en Marc Cornelis

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 30/01/2019