broeder Van Mechelen

Start
Omhoog

 

Gastspreker aan het woord: Broeder René Van Mechelen, de wonderdokter.

Nu meer dan 10 jaar geleden, op woensdag 19 augustus 1998, overleed op 87 jarige leeftijd Broeder René Van Mechelen.  Deze Turnhoutse Broeder van Liefde was tot ver over de grenzen bekend als kruidendokter.  Voor alle mogelijke en onmogelijke ziektes trokken patiënten naar het Sint- Victorsinstituut in Turnhout om er een zalfje of een kruidenthee mee te krijgen.  Zijn medebroeders noemden René Van Mechelen een ‘wonderdoktoor’, maar verafschuwden de geur van de droge kruiden die hij voor het bereiden van zijn wondermiddeltjes gebruikte.  Het verhaal wil dat dat nu precies de reden is waarom hij ver weg van de slaapvertrekken van zijn medebroeders, een eigen ruimte achteraan in de tuin toegewezen kreeg waar hij naar hartelust planten kon verzamelen, drogen en verwerken.  Die planten oogstte hij tijdens zijn talrijke fietstochten in de wijde omgeving – hij wist perfect waar en op welk moment hij ze vinden kon.

René Van Mechelen, broeder Adalbert, werd geboren in Turnhout op 19 februari 1911 en werd opgenomen in de congregatie van de Broeders Van Liefde op 15 augustus 1929.  Van 1937 tot 1964 werkte hij als missionaris in Lusambo, in het toenmalige Belgisch Kongo.  Hij werkte er als directeur en gaf taallessen in de middelbare school.  Hij sprak en bestudeerde de inlandse taal en dit vergemakkelijkte zijn contact met de plaatselijke bevolking.  Het is van hen dat hij de volksgeneeskunst en de medicinale kracht van kruiden leerde kennen.

Op de Kongoboot die hem op en neer naar zijn werkterrein bracht, leerde hij pendelen en zo ontwikkelde hij een hobby die een nieuwe dimensie aan zijn leven gaf.  Al gauw deden velen beroep op zijn talenten als genezer, zowel in Kongo als later in Turnhout waar hij na de onafhankelijkheid in 1964 terecht kwam.  Mensen kwamen van heinde en verre, uit Frankrijk, Nederland, Duitsland en zelfs uit Spanje om zijn advies en zijn medicijnen.  Via de ijzeren poort in de Kasteeldreef wisten zij hem snel te vinden en het was eerder uitzondering dan regel dat zijn verwelkomingbordje ‘absent’ aangaf.  Tot op vandaag zijn er nog heel wat Turnhoutenaren die zich het ‘kruidenbroederke’ levendig herinneren en spontaan vertellen over de zalf die hij meegaf om de huiduitslag van een of andere bekende te genezen, of de kruidenthee die hij samenstelde ter behandeling van hardnekkige hoest of keelpijn.  Met zijn pendel viste hij naar de oorzaak van de kwaal en als die eenmaal gekend was, wist hij gauw een oplossing te vinden.  Ooit heeft hij zelfs Margriet Hermans uit de nood geholpen toen die, vlak voor een optreden, haar stem verloren was.  Broeder René gaf haar een gepaste thee en een uur later kon ze alweer de scène op!

Ook al was Broeder René voor velen een laatste redmiddel, zijn medebroeders moesten van zijn ‘wondere geneeskunst’ niet veel weten.  Voor hen was hij een opvallende en kleurrijke figuur die altijd paraat stond om naar anderen te luisteren en die iedereen wilde verder helpen.

Het is niet vreemd dat broeders zich interesseren voor (volk-)geneeskunde.  Al in de vroege middeleeuwen kende men in onze streken een sterke beïnvloeding van de geneeskunde door de christelijke kerk.  De monniken van toen, die het lezen en schrijven geleerd hadden, begonnen de werken van de oude Grieken en Romeinen te bestuderen.  Zo vergaarden zij kennis betreffende inzichten in en behandelingen voor allerlei kwalen.  In de kloostertuinen werd een eerste aanzet gegeven tot het verbouwen van geneeskrachtige kruiden en in de kloosters zelf werden de eerste zieken opgenomen en verpleegd.  Het concilie van Nicea had in 325 aan de bisschoppen bevolen zich het lot van de zieken aan te trekken en in de kloosterregels van sommige orden werd het bezoeken van zieken genoemd als één van de zeven werken van barmhartigheid.  Het kwam zelfs zover dat er in de 7de eeuw zoveel  geestelijken waren die zich met geneeskunde bezighielden dat men sprak van ‘monnikengeneeskunde’.

Broeder René Van Mechelen leefde in de 20e eeuw.  In dezelfde periode en in dezelfde omgeving als Dr. Paul Janssen, een andere ‘wonderdokter’ uit onze streek.  Beiden stelden hun kennis ten dienste van zieken en noodlijdenden, beiden waren populair om hun kunnen.  Dr. Paul Janssen werd wereldwijd gelauwerd om zijn wetenschappelijke ontdekkingen en realisaties.  Mensen als René Van Mechelen tonen aan dat de evolutie van volksgeneeskunde naar professionele geneeskunde niet omlijnd was in tijd of in plaats.  Zij getuigen dat hier in de Kempen de overgang zeer geleidelijk ging en dat tot op vandaag, zeker bij de oudere Kempenaren, de gehechtheid aan de volkse geneeskunde nog steeds bestaat.

Rita Dries

Bronnen:

De Galm – sept. 1998. Stadsarchief Turnhout, K.I. doos 46,b. 

Nieuwenhuysen,Van,G.; Gazet Van Antwerpen, 20 augustus 1998.

Rappoort, H.; Volksgeneeskunde 1,2,3. Voordracht voor de Koninklijke Heistse heemkundige kring ‘Die Swane’.

Sprengel, Van,W.; mondeling, 7 februari 2009.

Afbeelding:

Gazet Van Antwerpen, 20 augustus 1998.

Met dank aan Willy Van Sprengel.

 

© Dani Bellemans & Het Bezemklokje 2011-2018
laatste wijziging op 20/03/2019